Inleiding

Welkom bij de les over trappen van vergelijking! In het Nederlands hebben we verschillende manieren om dingen met elkaar te vergelijken. Dit helpt je om duidelijker te praten over hoe iets is in vergelijking met iets anders.

Er zijn drie vormen van vergelijking:

  • Stellende trap: De basisvorm (bijvoorbeeld groot, mooi, snel)
  • Vergrotende trap: Voor het vergelijken van twee dingen (bijvoorbeeld groter, mooier, sneller)
  • Overtreffende trap: Voor het aangeven van het hoogste niveau (bijvoorbeeld grootst, mooist, snelst)

Met deze trappen van vergelijking kun je beter beschrijven hoe dingen zich tot elkaar verhouden!


Trappen van Vergelijking in een Tabel

Stellende trap Vergrotende trap Overtreffende trap
groot groter grootst
snel sneller snelst
mooi mooier mooist
duur duurder duurst
klein kleiner kleinst
interessant interessanter interessantst
sterk sterker sterkst
gemakkelijk gemakkelijker gemakkelijkst
goed* beter best
veel* meer meest
weinig* minder minst

Let op: De woorden met een sterretje (*) hebben onregelmatige vormen!

Oefening: Een voorbeelddialoog

Stel je voor: je bent in een winkel met een vriend en jullie vergelijken producten.

Jij: “Deze tas is mooi, maar die tas is mooier!”
Vriend: “Ja, en deze tas is ook het grootst van alle tassen hier!”

Conclusie

Met de trappen van vergelijking kun je effectief communiceren en beschrijven.