Introductie

Welkom bij de les over de klok! In deze les leer je hoe je de tijd kunt lezen en begrijpen wat verschillende tijdsaanduidingen betekenen. Klokkijken is een belangrijke vaardigheid in het dagelijks leven. Laten we beginnen!

Uitleg

De klok heeft twee wijzers: de korte wijzer is de uurwijzer en de lange wijzer is de minuutwijzer. Hier zijn enkele veelvoorkomende tijdsaanduidingen:

  • Volle uren: 1:00 – Een uur
  • Kwartier: 1:15 – Kwart over één, 1:45 – Kwart voor twee
  • Vijf over: 1:05 – Vijf over één
  • Tien voor: 1:50 – Tien voor twee, 2:50 – Tien voor drie
  • Half: 1:30 – Half twee

Voorbeelden

Aanduiding Tijd
Half drie 2:30
Kwart over vijf 5:15
Tien voor zeven 6:50
Vijf over acht 8:05
Kwart voor twaalf 11:45

Oefening/Context

Lees het onderstaande dialoogje en beantwoord de vragen.

Dialoog:

A: Hoe laat is het?

B: Het is kwart over vier.

A: En hoe laat is het als we pauze hebben?

B: We hebben pauze om tien voor vijf.

Oefening

Geef het juiste antwoord in woorden:

  1. 3:35
  2. 11:15
  3. 7:25
  4. 10:50
  5. 2:20

Waar of Niet Waar

Beoordeel of de volgende stellingen juist zijn:

  1. “Half zes” betekent 5:30.
  2. “Tien voor half drie” betekent 2:20.
  3. “Kwart voor acht” betekent 7:45.
  4. “Vijf over half vier” betekent 3:35.
  5. “Kwart over tien” betekent 10:45.

Veelgestelde Vragen

Gebruik je kennis van klokkijken om onderstaande vragen te beantwoorden:

  1. Hoe laat is het nu als je om 3:35 antwoordt in woorden?
  2. Hoe laat begint de les als het om 9:15 gaat?
  3. Hoe laat stopt de les als dat om 11:45 is?
  4. Hoe laat heb je pauze als het 10:40 is?
  5. Hoe laat ga je naar school als het 7:30 is?