Inleiding

In deze les leren we hoe je de tijd kunt zeggen in het Nederlands. Of het nu vroeg in de ochtend of laat in de avond is, het is belangrijk om te weten hoe je de klok kunt lezen en tijd kunt aangeven. Laten we beginnen!

Uitleg

In het Nederlands geven we de tijd op een unieke manier aan. We gebruiken vaak hele uren en delen van een uur, zoals kwart en half. Hier zijn de belangrijkste termen:

  • Het uur: 1 tot 12
  • Minuten: 1 tot 59
  • Kwart over: 15 minuten na het uur
  • Kwart voor: 15 minuten voor het volgende uur
  • Half: 30 minuten na het uur

Voorbeelden

Uur Tijd in het Nederlands Vertaling
1:00 Het is één uur. It is one o’clock.
1:15 Het is kwart over één. It is a quarter past one.
1:30 Het is half twee. It is half past two.
1:45 Het is kwart voor twee. It is a quarter to two.

Oefening/Context

Stel je voor dat je met een vriend praat over de tijd:

Jij: Hoe laat is het?

Vriend: Het is kwart over drie.

Jij: Oh, dus we hebben nog tijd voor de film!

Bedenk ook zelf een gesprek waarin je de tijd vraagt of zegt. Veel succes!