Inleiding
In deze les leren we over scheidbare werkwoorden in de voltooide tijd (perfectum). Dit is een belangrijke grammaticaregels in het Nederlands, en het helpt je om beter te praten en schrijven!
Uitleg
Bij scheidbare werkwoorden wordt het voorvoegsel (het deel van het werkwoord dat je voor de stam plaatst) in de voltooide tijd aan de stam toegevoegd, met ge- ertussen.
Formule:
Onderwerp + hebben/zijn + voorvoegsel + ge + stam + rest van de zin
Voorbeelden
- Ik heb de lichten aangezet.
- Zij heeft de deur opgemaakt.
- Hij heeft zijn schoenen aangetrokken.
Veelvoorkomende Scheidbare Werkwoorden in de Voltooide Tijd
| Scheidbaar Werkwoord | Voltooide Tijd | Betekenis |
|---|---|---|
| Aanzetten | Aangezet | De lichten of apparaten inschakelen |
| Aantrekken | Aangetrokken | Kleding aan doen |
| Opbellen | Opgebeld | Iemand telefonisch contacteren |
| Opruimen | Opgeruimd | Rommel of puin verwijderen |
| Openmaken | Opengemaakt | Een voorwerp openen |
| Uitzetten | Uitgezet | De lichten of apparaten uitschakelen |
| Inladen | Ingeladen | Iets in een voertuig plaatsen |
| Weggaan | Weggegaan | Ergens vertrekken |
| Meenemen | Meegenomen | Iets of iemand met je meenemen |
| Neerleggen | Neergelegd | Iets op een plek leggen |
Oefening: Zet de zinnen in de voltooide tijd (Perfectum)
- Hij ___________ zijn jas _________. (aantrekken)
- Wij ___________ de tafel _________. (klaarzetten)
- Jij ___________ het raam _________. (openmaken)
- Lisa ___________ haar moeder _________. (opbellen)
- De kinderen ___________ het speelgoed _________. (opruimen)