Introductie
In het dagelijks leven praten we veel met vrienden. Het is belangrijk om te weten hoe je je mening kunt delen en vragen kunt stellen. Vandaag bekijken we een voorbeelddialoog tussen twee vrienden, Lisa en Tom, in een café.
Uitleg
Een dialoog is een gesprek tussen twee of meer personen. In deze les leren we enkele basisvragen en antwoorden die je kunt gebruiken in een gesprek. Het gebruik van vragen maakt het gesprek leuker en interactief. Belangrijke vragen zijn:
- Hoe gaat het met je?
- Wat heb je vandaag gedaan?
- Wat heb je gekocht?
- Kun jij raden hoeveel het kostte?
Voorbeelden
| Nederlands | Vertaling |
|---|---|
| Hoe gaat het met je? | How are you? |
| Wat heb je vandaag gedaan? | What did you do today? |
| Wat heb je gekocht? | What did you buy? |
| Waar heb je die gekocht? | Where did you buy it? |
| Kun jij raden hoeveel het kostte? | Can you guess how much it cost? |
| Hij was in de aanbieding. | It was on sale. |
| Wanneer ga je hem gebruiken? | When will you use it? |
| Dat is een goede deal! | That’s a good deal! |
Oefening/Context
Probeer deze dialoog zelf na te spelen met een vriend. Gebruik de vragen die je hebt geleerd:
Jij: Hoe gaat het met je?
Vriend: Goed, dank je! En met jou?
Jij: Ook goed. Wat heb je vandaag gedaan?
Vriend: Ik heb boodschappen gedaan.
Jij: Wat heb je gekocht?
Blijf het gesprek uitbreiden door meer vragen te stellen!