Introductie

Onregelmatige werkwoorden in het Nederlands zijn werkwoorden waarvan de vervoeging niet volgens de standaard regels gaat. Dit kan best uitdagend zijn! In deze les leer je wat onregelmatige werkwoorden zijn en hoe je ze kunt herkennen en gebruiken.

Uitleg

Onregelmatige werkwoorden hebben in de verleden tijd en het voltooid deelwoord vaak een andere klinker dan in de tegenwoordige tijd. Hierdoor zijn ze onvoorspelbaar. Er zijn veel belangrijke onregelmatige werkwoorden in de Nederlandse taal, en het is nuttig om hun verschillende vormen te leren.

Voorbeelden

Infinitief Verleden Tijd Voltooid Deelwoord
hebben had / hadden heeft gehad
gaan ging / gingen is gegaan
zien zag / zagen heeft gezien
komen kwam / kwamen is gekomen
doen deed / deden heeft gedaan
zijn was / waren is geweest

Oefening/Context

Stel je voor dat je met een vriend praat over wat je gisteren hebt gedaan. Probeer de onregelmatige werkwoorden te gebruiken:

A: Wat heb je gisteren gedaan?

B: Ik ben naar het park gegaan en ik heb een boek gelezen.

A: Heb je ook iets gegeten?

B: Ja, ik heb sushi gegeten!

In dit gesprek zie je de onregelmatige werkwoorden ‘gaan’, ‘lezen’, en ‘eten’ in verschillende tijdsvormen gebruikt. Oefen zelf met een vriend of vriendin door vragen te stellen en te antwoorden met deze werkwoorden!